21-08-07

Wilders-debat: Overzicht opruiende passages in de Koran

Hetgeen ikzelf aantrof in de Koran, na lezing van de vertaling zoals uitgegeven door Verba, 2001:

1. "Allah, die de aarde tot een legerstede maakte en de hemel tot een gewelf (...)  (hoofdstuk 2, deel 1, paragraaf 23)

2. "En doodt hen (de niet-moslims) waar gij hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u hebben uitgedreven, want vervolging is erger dan doden." (...)  (hoofdstuk 2, deel 2. paragraaf 192)

3. "En bestrijdt hen totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah wordt. (...)" (hoofdstuk 2, deel 2, paragraaf 194)

4. "Vechten is u geboden ofschoon gij er afkerig van zijt, maar het kan zijn dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is en het kan zijn, dat u iets behaagt terwijl het slecht voor u is. Allah weet het en gij weet het niet." (hoofdstuk 2, deel 2, paragraaf 217)

5. "Gij moslims zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt, gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah." (hoofdstuk 3, deel 4, paragraaf 111)

6. "O gij die gelooft, neemt buiten uw volk geen ander tot intieme vrienden, zij zullen niet in gebreke blijven u te benadelen. Zij houden van leedvermaak. Nijd laten zij blijken en wat hun innerlijk verbergt is nog erger. Wij hebben u onze geboden duidelijk gemaakt indien gij ze wilt begrijpen." (hoofdstuk 3, deel 4, paragraaf 119)

7. "Ziet, gij hebt hen lief maar zij hebben u niet lief. En gij gelooft in het gehele Boek, wanneer zij u ontmoeten zeggen zij: "Wij geloven". Maar wanneer zij alleen zijn, bijten zij op hun vingertoppen van razernij over u. Zeg: "Sterft in uw razernij." Waarlijk, Allah weet wat het beste is." (hoofdstuk 3. deel 4. paragraaf 120)

8. "Zij wensen dat gij verwerpt, evenals zij hebben verworpen, zodat gij aan hen gelijk zult worden. Neemt derhalve geen vrienden uit hun midden totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot vijandschap vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt, en neemt vriend noch helper uit hun midden." (hoofdstuk 4, deel 4, paragraaf 90)

9. "En met degenen die zeggen "Wij zijn Christenen" sloten wij eveneens een verbond, maar zij veregeten een deel van hetgeen hen was voorgehouden. Daarom deden wij vijandschap en haat onder hen ontstaan, tot de Dag der Opstanding. Allah zal hen weldra laten weten, wat zij deden." (hoofdstuk 5, deel 6, paragraaf 15)

10. "O gij die gelooft, neemt de joden en de christenen niet tot vrienden. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad een hunner. Voorwaar, Allah leidt het overtredende volk niet." (hoofdstuk 5, deel 6, paragraaf 52)

11. "Waarlijk, zij lasteren God, die zeggen: "Allah is een der drie." Er is geen God dan de enige God. En indien zij niet ophouden met hetgeen zij beweren, zal de gelovigen een smartelijke straf overkomen." (hoofdstuk 5, deel 6, paragraaf 74)

12. "En toen verkondigde uw Heer dat hij dezulken zou zenden die de Joden met een marteling zouden kwellen tot de Dag der Opstanding. Voorzeker, uw heer is vlug in vergelding (...)" (hoofdstuk 7, deel 9, paragraaf 159)

03:53 Gepost door Olivier Bronselaer (oprichter partij PROTEST) / U KAN EEN REACTIE PLAATSEN OP DIT BERICHT in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.